Superscript, subscript en nesten

a) Dikgedrukt en schuingedrukt

Hierboven zijn kopje h1 en h2 gebruikt. Dit zijn allebei manieren om tekst te benadrukken. Voor dikgedrukt gebruik je de strong-tag dus strong tussen vishaken. Voor schuingedrukt gebruik je de em-tag. Vergeet niet dat iedere tag ook een eindtag heeft.

b) Superscript

Hierboven is weer kopje h2 gebruikt. Superscript is handig bij wiskunde. Je kunt dan b.v. x2 schrijven. Gebruik hiervoor de sup-tag.

Subscript

Subscript is handig bij scheikunde. Je schrijft dan b.v. H2O en CO2. Hiervoor gebruik je de sub-tag.

d) Nesten

Je mag ook combinaties van tags gebruiken. Let er daarbij op dat je de binnenste tag als eerste afsluit. Bijvoorbeeld "De scheikundeleraar gaf ons H2SO4." Dat leste onze dorst